Geachte heer van der Land, hierbij reageer ik op uw artikel over Privacyfundamentalisme van 6 januari 2010. Volgens uw artikel bent u van mening dat sommige mensen door lijken te slaan in de strijd om hun privacy te beschermen. Helaas gaat u niet in op de mogelijke reden daarvoor. Deze wil ik graag aan u voorleggen. U zult uiteraard weten dat de afgelopen jaren nogal wat maatregelen zijn ingevoerd met de bedoeling om de burger te beschermen tegen allerlei terroristisch kwaad. Al deze maatregelen hebben invloed gehad op de privacy van de burger. De grote vraag bij het invoeren van al die maatregelen is: waar ligt de grens? De reden voor veel mensen om `door te slaan' in de strijd om hun privacy te beschermen is omdat er geen antwoord op die vraag is. Plaats uzelf 20 jaar terug in de tijd. Beeld u even in hoe Nederland toen was. Ik kom u tegen op straat en zeg tegen u: "Vanaf morgen dient elke Nederlander zijn vinderafdruk aan de overheid af te staan, ongeacht of hij of zij iets strafbaars gedaan heeft. Vanaf morgen loopt u de kans dat de politie u op straat gaat fouilleren, ongeacht of u iets strafbaars gedaan heeft. Ook kan vanaf morgen de overheid precies achterhalen wanneer u waar bent geweest (via mobiele telefoon) of wanneer u waar met de auto heen bent gereden (kilometerheffing), of met het openbaar vervoer (OV chipkaart). Uw medische gegevens worden centraal opgeslagen in een computersysteem waarvan u niet precies weet wie er toegang tot heeft. Uw kredietwaardigheid gaat eveneens in een computersysteem waarvan u niet weet wie daar toegang tot heeft of wat daar precies over u in staat. Laat staan dat u daar invloed op heeft. Ook gaan we alle gegevens van uw kinderen in een computersysteem vastleggen." Dat zou schrikken zijn, nietwaar? En toch zijn we 20 jaar later in die situatie aanbeland. De vraag is echter nu: hoe ziet Nederland er over 20 jaar uit? Omdat niemand, en zeker de overheid niet, daar antwoord op kan geven, trappen veel mensen nu op de rem. Om te voorkomen dat zij straks in een situatie belanden vanwaar geen weg terug mogelijk is. Het mooie van privacy is dat iedereen voor zichzelf kan bepalen wat voor hem of haar onder privacy valt en wat niet. Als ik een abonnement op de Donald Duck heb en ik wil dat voor mezelf houden, dan is dat mijn goed recht. Als ik mijn medische situatie geheim wil houden, dan is ook dat mijn goed recht. Als een overheidsinstantie roept dat bij bepaalde maatregelen de privacy niet wordt geschonden, dan is dat zeer eigenaardig. Het is namelijk helemaal niet aan hen om te bepalen wanneer mijn privacy wordt geschonden. Het enige dat anderen over mijn privacy kunnen zeggen is of een bepaalde schending strafbaar is of niet. Bij het tegen mijn wil in openbaar maken van mijn abonnement op de Donald Duck zal ik aanzienlijk meer moeite moeten doen om bij de rechter mijn gelijk te halen dan wanneer iemand mijn medische gegevens openbaart. Maar in beide gevallen ben ik de enige die kan bepalen of mijn privacy is geschonden of niet. Dat u zegt dat sommige mensen doorslaan in het beschermen van hun privacy is dus zeer opmerkelijk. Wat ik eveneens zeer opmerkelijk vind is de manier waarop gereageerd wordt op het incident van 24 december jongstleden. Op planecrashinfo.com kunt u zien dat het aantal vliegtuigcrashes in Europa als gevolg van een terroristische aanslag extreem laag is. Het aanschaffen van bodyscanners, waarvan niet bewezen is dat ze de op 24 december gebruikte explosieven kunnen detecteren, is in mijn ogen niet meer dan een paniekreactie. Helemaal gezien het feit dat de aanslag mislukte. Door de huidige mate van beveiliging op Schiphol moest de aanslagpleger zijn bom dusdanig ombouwen, waardoor ontsteken lastiger werd, en een passagier de tijd kreeg hem te overmeesteren. Je kan het geluk noemen, maar je kan je ook afvragen of de huidige mate van controlleren van passagiers op Schiphol misschien al voldoende is. Daarbij is het invoeren van een maatregel na een incident die alleen bescherming biedt tegen dat incident niet echt efficient. Je loopt dan namelijk steeds achter de feiten aan. Helaas worden te vaak beslissingen op het gebied van veiligheid gemaakt op basis van emotie en niet op basis van gezond verstand. Een bepaalde dreiging heeft een kans op optreden. Als deze dreiging op een gegeven moment werkelijkheid wordt, houdt dat niet automatisch in dat vanaf dat moment de kans op optreden groter is, ondanks dat ons gevoel anders zegt. Het lijkt erop dat met het resoluut aanschaffen van de bodyscanners daar wel vanuit gegaan wordt. De overheid probeert vaak de kans op een terroristische aanslag naar nul te brengen, terwijl dit onmogelijk is. Er zijn bepaalde risico's in het leven en die zul je moeten accepteren. De kans op een terroristische aanslag op een vliegtuig kan je nog verder verlagen, maar het enige dat je daarmee zult bereiken is dat vliegen zeer onaangenaam wordt en dat terroristen hun werkterrein zullen verschuiven. Naar bijvoorbeeld treinstations. En begint het liedje dan weer van voorafaan? Het wordt tijd dat we ophouden met onzelf bang te maken. Ophouden onze emotie de overhand te laten nemen en eens ons gezond verstand te laten spreken. Anders gaan de terroristen winnen zonder dat ze daar iets voor hoeven te doen. Vliegen is vele malen veiliger dan auto rijden. De kans dat ik om het leven kom door een auto-ongeluk is vele malen groter dan dat ik om het leven kom door een vliegtuigcrash, laat staan een vliegtuigcrash als gevolg van een terroristische aanslag. En toch stappen we elke dag zonder enige angst in de auto, maar spoken de beelden van een terrorist rond in ons achterhoofd zo gauw we een vliegtuig binnenstappen. De gemiddelde vliegtuigpassagier heeft nog nooit een terrorist gezien en zal er nooit één zien ook. Dat geldt ook voor u. Heb dus vooral niet de illusie dat een terrorist u iets zal aandoen als u op 32.000 voet op weg bent naar uw volgende reisbestemming. Met vriendelijke groet, Hugo Leisink